De 'Geboorte' onder de 'Kroning', elk tafereel in een diepe gelijkmatige vierpas. Bij de 'Geboorte' gaat de aandacht van de liggende Maria en van Jozef achter haar, naar het kind bij os en ezel, terwijl hoger een herder de boodschap van de engel verneemt. In de bovenste vierpas zetelt Maria gekroond aan Gods zegenende rechterhand en vouwt zij de handen tot hem. Het is een luik van een diptiek of triptiek.