De tweeling, sterrenbeeld van de meimaand, kijkt naar links en rechts en ziet feestelijk uitgedoste meisjes en jongens met takken in de hand: het zijn de twijgen voor de meiboomplanting. Onderaan worden die tafereeltjes herhaald. Op de stadsgrachten vaart een met meitakken versierde boot, waarin een man schalmei speelt. Hij probeert met zachte muziek een edelvrouw voor zich te winnen. Ruiters keren van de valkenjacht terug. De linkermarge toont de apostelen Filippus en Jacobus, de Kruisvinding, Sint-Jan in de kokende olie en de H. Bernardinus van Siena.